Apr 12
Ik startte als bestuurslid van de Stichting Beeldverhaal Nederland in 2004 met een educatief programma. Belangrijkste activiteit was het verzamelen van artikelen over, voorbeelden van en onderzoek naar hoe strips en beeld(verhalen) worden ingezet in het onderwijs. We delen die kennis zo veel mogelijk op www.stichtingbeeldverhaal.nl.
Uit het vele bezoek aan en de vele reacties op de website is gebleken dat er in het onderwijs veel belangstelling is om te werken met beeld en beeldverhalen in het onderwijs. Hoewel er al het nodige (wetenschappelijk en ander) onderzoek is gedaan en de Stichting Beeldverhaal op dit terrein een verzameling heeft en de nodige deskundigheid (en een bijbehorend netwerk) opbouwde blijft het zo dat er meer vragen binnenkomen over gebruik van beeldverhalen in het onderwijs dan de we kunnen beantwoorden. Veel vragen gaan over stripverhalen en het gebruik bij taalverwerving, leesbevordering, vaak ook bij achterstanden of specifieke lees- en leerstoornissen. Ook zijn er veel vragen en ideeën over stripboeken als drempelverlager bij lastige, taaie en gevoelige onderwerpen.
Veel gelezen artikelen wijzen op behoefte
Het blijft me ook opvallen welke artikelen continu opduiken in de top 25 van meestgelezen artikelen:
Tijd voor diepgaand onderzoek
Continue reading »
Tagged with: beeldverhaal • onderwijs • onderzoek
Dec 17
In het voorjaar verschijnt bij Bohn Stafleu van Loghum het eerste uitgebreide overzichtsboek over hulpverlening via internet. Het Handboek Online Hulpverlening wordt samengesteld door Frank Schalken van e-hulp.nl. Behalve Schalken zelf wordt aan het boek bijgedragen door Wouter Wolters, Winfried Tilanus, Marike van Gemert, Carolien van Hoogenhuyze, Marielle Brenninkmeijer, Marloes Postel, Ellen Meijer en ondergetekende (Eelco Kraefft). Mijn eigen bijdragen gaan over webredactie en over het bereiken van doelgroepen met online hulpverlening, vooral door het opbouwen van online autoriteit, het vindbaar maken van de content en het leren van de bezoekers.
Voor het boek werd ook input gevraagd aan een grote kring van deskundigen uit het netwerk van E-hulp, onder andere aan het aanleveren van criteria voor een goede online hulpsite.
Een overzichtswerk over online hulpverlening is als gezegd nieuw. Ik las zelf onlangs wel het boek ‘Het succes van online coaching – Waarom het zo goed werkt’ door Mirjam Windrich. Dat vond ik een goed leesbaar boek en informatief boek, waarin online hulpverlening ook ter sprake komt.
E-hulp oprichter Schalken was al heel vroeg bezig met online hulpverlening door zijn betrokkenheid bij de Kindertelefoon. Het jaar 2009 was voor e-hulp een goed jaar. Niet alleen werd de basis gelegd voor genoemd standaardwerk over online hulpverlening, ook ontving de website Hulpmix.nl de Nationale Jeugdzorgprijs 2009 en werden middelen verworven voor grote nieuwe projecten in 2010.
Gegevens van genoemde boeken:
- Handboek online hulpverlening
- Frank Schalken met bijdragen van Wouter Wolters, Winfried Tilanus, Marike van Gemert, Carolien van Hoogenhuyze, Marielle Brenninkmeijer, Marloes Postel, Ellen Meijer, Eelco Kraefft
- ISBN: 978-90-313-7517-2
- Verschijningsdatum: 19 maart 2010
- Uitgever Bohn, Stafleu van Loghum
- Het succes v@n online coaching
- Mirjam Windrich
- ISBN 978-90-274-9738-3
- Uitgever Spectrum
Oct 07
Joost Pollmann schreef voor De Volkskrant een achtergrondartikel over educatieve strips: “Een these kan net zo goed in een tekstballon”. Pollmann, ook de directeur van vele edities van de Stripdagen Haarlem, kan als geen ander beelden lezen. Als ik zijn werk lees of hem hoor vertellen over beeldende kunst of beeld in het algemeen kan ik me erover verbazen hoe hij betekenis weet te geven aan beelden en beeldverhalen.
Pollmann in het artikel n.a.v. de stripversie van De oorsprong van soorten:
Aan het eind van het boek [de stripversie van De oorsprong van soorten Red] is Darwin afgebeeld met zijn beroemde witte baard, en ironisch genoeg lijkt hij daarmee sprekend op zijn grote concurrent: de Schepper. ‘Het is werkelijk prachtig hoe alles bij elkaar komt’, zegt de geleerde met een vergenoegde blik.
Het artikel over educatieve strips in de Volkskrant – nu nog in het betaalde archief maar op langere termijn gratis toegankelijk – gaat in op recente ’serieuze strips’ waarin het werk van Bertrand Russell en van Charles Darwin in tekst en beeld wordt verteld.
Als iemand betekenis weet te geven aan een beeldverhaal en zo verder komt en dieper graaft valt dat op in een wereld waarin de taal en de woorden nog op vele terreinen regeren. IQ en vergelijkbare concepten om intelligentie te meten – of de slaagkans voor succes in te schatten - zijn sterk taalgeoriënteerd. Ruimtelijk inzicht maakt er wel deel van uit maar veel meer in de exacte zin. Google en de zoekmachinewereld en daarmee een belangrijk deel van het internet, zoeken en beslissen, zijn erg op taal gebaseerd. Het onderwijs en de literatuur zijn nog steeds meer op taal en woorden gericht dan op beelden. De manier waarop Pollmann naar beeldverhalen kijkt en erover spreekt illustreert in mijn ogen dat beeldverhalen behoren tot het domein van de literatuur. In genoemd artikel in De Volkskrant zet Joost Pollmann ook uiteen hoe de strip zich kan verhouden tot de wetenschap. Waarmee niet gezegd is dat de strip ook een leerboek zou moeten kunnen vervangen. Pollmann over die vraag – of de strip het leerboek kan vervangen – aan het eind van zijn artikel:
“Nou nee. Zoals zo vaak het geval is met educatieve strips, schuilt het ‘nut’ ervan vooral in de verpakking: die ziet er zo fraai uit, dat niet-ingewijden onderwerpen durven te benaderen waar ze normaal gesproken met een wijde boog omheen lopen. Oneerbiedig gezegd: de strip als glijmiddel….”
Sep 18

Brochure Mijn kind op Hyves van o.a. Stichting Mijn Kind Online
Vandaag – op de vijfde verjaardag van Hyves – verscheen het onderzoek Krabbels & Respect plz? ;-) over Hyves en kinderen. Ruim duizend kinderen werden ondervraagd over hun Hyves gedrag en de betrokkenheid van ouders.
Het onderzoek is geïniteerd door stichting Mijn Kind Online en het samenwerkingsverband Digivaardig & Digibewust.
Uit het onderzoek blijkt dat de betrokkenheid van ouders bij jonge kinderen op Hyves groot is. Logischerwijze neemt die betrokkenheid af. Sociale netwerken nemen aan belang toe in de puberteit, ouders staan dan al meer op afstand, blijkt uit het onderzoek. Bij kinderen van acht jaar blijkt de betrokkenheid van ouders bijvoorbeeld uit het feit dat ouders in het Hyves-vriendennetwerk zijn opgenomen, een grote meerderheid van de kinderen tussen de acht en tien jaar vertellen delen hun wachtwoord met hun ouders en er wordt op die leeftijd bij de helft van de kinderen wekelijks over de Hyves activiteiten gepraat met de ouders. De meeste kinderen van die leeftijd schermen hun Hyves profiel ook af voor onbekenden.
Als kinderen zestien zijn is de betrokkenheid van ouders gering. Slechts één op de tien praat dan nog regelmatig met ouders over Hyves en de ervaringen aldaar. De vervelende ervaringen worden dus vaak niet besproken met de ouders. Ervaringen waar kinderen moeite mee hebben op Hyves zijn bijvoorbeeld:
- verwijderd worden uit iemands vriendenlijst (‘ontvrienden’)
- ruzie op Hyves (1 op de 8 kinderen in het onderzoek maken dat mee)
- een vervelende krabbel krijgen op Hyves (en 1 op de 5)
Vooral de 13- tot 15-jarigen hebben emotioneel last van de negatieve ervaringen met het populaire vriendennetwerk Hyves.
Het onderzoek is de moeite van het lezen waar en er zijn ook brochures voor ouders van jonge kinderen tot 12 jaar en ouders van pubers. Alle verwijzingen zijn te vinden in dit artikel over het Hyves en kinderen onderzoek op de website van Stichting Mijn Kind Online.
Tagged with: mediaopvoeding • mediawijsheid • onderzoek
Sep 07
In de New York Times en op de website een artikel over technologie voor jonge en oudere mensen. In het artikel komen robotprojecten van Philips en Aldebaran ter sprake. Het gaat om de iCat van Philips en Nao van Aldebaran. Deze robots worden ontwikkeld in het kader van onderzoek naar de interactie tussen computers en kinderen.
Beide projecten zijn succesvolle voorbeelden van onderzoek naar hoe robots een emotionele band kunnen ontwikkelen met jonge kinderen, volgens de Nederlandse hoogleraar Mark Neerinckx (TU Delft). Als robots een dergelijke band weten te creëren met kinderen kunnen ze bijvoorbeeld jonge kinderen helpen om niet te veel te eten of ze eraan herinneren dat ze op tijd hun medicijnen moeten innemen.
De inzichten die het onderzoek opleveren worden ook toegepast op consumentenproducten. Bij Philips was dit al het geval bij de electrische tandenborstel Sonicare for Kids.
Op YouTube zijn uiteraard filmpjes te vinden waarin je kunt kennis maken met de iCat en met Nao. Achtergrondinfo van de respectievelijke ontwikkelaars is te vinden op websites van Aldebaran (Nao) en Philips (iCat). Er is ook een community site voor onderzoekers rondom de iCat. Foto’s van de iCat zijn te vinden op de weblog van Christoph Bartneck.
In hetzelfde artikel van New York Times wordt als voorbeeld ook de mobiele telefoon Corby van Samsung genoemd. Die telefoon valt niet alleen op door aangepast design en kleurkeuze maar heeft ook ingebouwde links naar populaire sociale netwerksites als Facebook, Youtube en Twitter. Hier gaat het vooral om het PR verhaal wat mij betreft want een mobiele telefoon waar dit soort applicaties of links standaard inzitten is ook weer niet wereldschokkend. De link met Twitter is als je recent onderzoek mag geloven overigens niet zo logisch, Twitter blijkt helemaal niet zo populair bij jongeren.
Sep 02

Op de officiële Google blog een verhaal hoe het neefje van een Google medewerker zijn zelfgeschreven korte verhalen deelt met zijn Japanse grootouders. Als PR natuurlijk een prima verhaal dat wijst op nieuwe gratis functionaliteit in Google Docs.
Met Google Docs kun je documenten maken en bewerken met gratis online software. Meer dan een browser heb je niet nodig om verschilende soorten documenten te maken, bewerken, opslaan en delen. Google heeft onlangs de mogelijkheid toegevoegd de documenten die je daarmee maakt automatisch te vertalen van en naar 42 talen en dat was dus de reden voor Google er wat bekendheid mee te zoeken.
Het neefje en grootouders verhaal, verluchtigd met een heuse kindertekening maakt concreet wat dit soort nieuwe, gratis mogelijkheden kunnen gaan betekenen in internationale correspondentie. Misschien moet je een gegeven – of in ieder geval gratis – paard niet in de bek kijken maar wat mij betreft is het maar goed dat Edwin Mijnsbergen er voor ZB Digitaal nog eens goed naar gekeken heeft. Hij opent zijn post erover met de veelzeggende kop: Google vertaling: nog een lange weg te gaan. Zoals dat meestal gaat bij machinevertalingen lukt het Edwin gemakkelijk om met geestige voorbeelden te illustreren dat het nog niet helemaal werkt. Voor zeer gemotiveerde Japanse grootouders is alles misschien schattig maar of dit helpt de schrijftalenten van het Google neefje op waarde te kunnen schatten kun je betwijfelen. Uiteraard neemt dat allemaal niet weg ook ik met dit soort gratis vertaalmogelijkheden verder kom dan ik anders ooit zou komen met m’n kennis van het Bulgaars, Chinees, Fins, Japans, Tsjechisch en al die andere talen.
Let trouwens ook op de prachtige ‘alternatieve Toren van Babel’ illustratie bij de post van Edwin.
Omdat mensen nogal eens bij dit artikel komen via Google als ze webvertaler zoeken een paar directe verwijzingen naar webvertalers: