Op de site van Nicam (Kijkwijzer) een artikel met verwijzingen naar recent Duits en Engels onderzoek naar de mogelijk schadelijke invloed van media. Het gaat vooral om invloed in de vorm van meer agressie en geweld.
Genuanceerde conclusies
De aangehaalde onderzoeken (eigenlijk ‘evaluaties vanonderzoeken’) komen ongeveer tot dezelfde conclusies. De nuance wil in de discussie over dit onderwerp nogal eens ontbreken, deze onderzoeken zijn juist volop genuanceerd en derhalve ook voorzichtig in de conclusies.
Een paar belangrijke uitkomsten in mijn woorden hierna, lees vooral ook het artikel op de site van de NICAM voor meer of liever nog, bestudeer de bronnen.
Sommige mediabeelden en bepaalde mediainhoud kunnen onder bepaalde omstandigheden schadelijk zijn voor sommige personen.
De invloed van mediageweld op agressief gedrag is waarschijnlijker is bij…
- jongens
- die veel TV kijken
- die in gezinnen opgroeien waar veel televisie(-geweld) wordt gekeken
- die in hun directe omgeving veel geweld meemaken
- die al een agressieve persoonlijkheid hebben
- die media consumeren waarin geweld realistisch of humoristisch wordt voorgesteld en wordt gepresenteerd als gerechtvaardigd
- waarin geweld wordt gepleegd door aantrekkelijke personages, waarmee de kijker zich sterk kan identificeren, die succesvol zijn en voor hun gewelddadige houding worden beloond, of in elk geval niet bestraft en
- waarbij geen zichtbare schade bij de slachtoffers te zien is (schoon geweld).
Er zijn veel bewijzen dat gewelddadige (Amerikaanse) programma’s die bedoeld zijn voor volwassenen schadelijk zijn als ze worden bekeken door jongeren beneden de leeftijd waarvoor de programma’s geschikt worden geacht.
Restrictieve maatregelen werken maar…
Restrictieve maatregelen ter preventie of vermindering van de negatieve invloeden van mediageweld, zijn volgens de Duitse studie effectief gebleken, vooral bij jongere kinderen. Bij oudere kinderen bestaat het gevaar dat verboden contraproductief kunnen uitpakken.
Veel bewijzen ontbreken
De studies wijzen er nog eens op dat er dus wel onderzoek is voor bepaalde effecten op bepaalde mensen (jongeren) onder bepaalde omstandigheden. Er moeten vraagtekens worden geplaatst bij de bewijzen voor mogelijke schadelijke invloed van media op de perceptie van de werkelijkheid door het publiek. Elk media-effect is ingebed in een heel scala van maatschappelijke invloeden, de effecten van media zijn niet goed te isoleren. Hoewel weinig mensen zullen beweren dat de media geen maatschappelijke of culturele invloed hebben, blijft het moeilijk om overtuigend bewijs te vinden voor de stelling dat media bepaalde directe effecten hebben (anders gezegd: bepaalde primaire, causale verbanden ontbreken).
Veel onderzoek is Amerikaans en dus niet altijd relevant voor de situatie in Europa of elders buiten Amerika. Ook is veel onderzoek te recent of te kortlopend om lange termijn effecten te kunnen vaststellen.
Ook interessant is dat de Engelse studie heeft gekeken hoe de mensen staan tegenover het toestaan of verbieden van bepaalde schadelijk geachte media. Mensen zijn in het algmeen vrij tolerant en staan achter bestaande regulering maar nieuwe media creëren wel meer bezorgdheid dan de vertrouwde media.
Het NICAM heeft opdracht gegeven om een Nederlandse bewerking en samenvatting van de Duitse en Engelse studies te maken, deze wordt dit jaar als NICAM Dossier gepubliceerd.






