Ik las het proefschrift van Piet Mooren, hoofddocent kinderliteratuur aan de KUB en medewerker van de onderwijsbegeleidingsdienst. Zijn proefschrift onderzoekt het prentenboek en de rol die dit speelde bij inspanningen van de overheid op het gebied van leesbevordering en cultuureducatie. Om ook in de praktijk vast te stellen of van het prentenboek iets goeds is te verwachten nam hij de proef op de som. Groepen kinderen kregen een jaar lang prentenboeken voorgelezen of mochten die zelf lezen. Het ging om kinderen met een achterstand op school, controlegroepen die in relevante opzichten vergelijkbaar waren niet. Het grondig opgezette experiment wees uit dat de achterstanden door het simpelweg (voor)lezen van prentenboeken minder werden.
Als dit bekend is en de boodschap is eigenlijk zo simpel, waarom is er dan nog steeds zo veel te doen over achterstanden op school en is het nog steeds droevig gesteld met de alfabetisering, ook van Nederlandse kinderen? Moet er dan een wet op het prentenboek komen die ouders en scholen verplicht ten minste dagelijks prentenboeken voor te lezen (en te laten zien)?
Het artikel over het boek van Mooren is hier gepubliceerd op de website van de Stichting Beeldverhaal Nederland. Daar maakte ik ook de vergelijking tussen stripboeken en prentenboeken.






