Apr 12

SuskeEnWiskeLeesplezierVoorBeginnendeLezersIk startte als bestuurslid van de Stichting Beeldverhaal Nederland in 2004 met een educatief programma. Belangrijkste activiteit was het verzamelen van artikelen over, voorbeelden van en onderzoek naar hoe strips en beeld(verhalen) worden ingezet in het onderwijs. We delen die kennis zo veel mogelijk op www.stichtingbeeldverhaal.nl.

Uit het vele bezoek aan en de vele reacties op de website is gebleken dat er in het onderwijs veel belangstelling is om te werken met beeld en beeldverhalen in het onderwijs. Hoewel er al het nodige (wetenschappelijk en ander) onderzoek is gedaan en de Stichting Beeldverhaal op dit terrein een verzameling heeft en de nodige deskundigheid (en een bijbehorend netwerk) opbouwde blijft het zo dat er meer vragen binnenkomen over gebruik van beeldverhalen in het onderwijs dan de we kunnen beantwoorden. Veel vragen gaan over stripverhalen en het gebruik bij taalverwerving, leesbevordering, vaak ook bij achterstanden of specifieke lees- en leerstoornissen. Ook zijn er veel vragen en ideeën over stripboeken als drempelverlager bij lastige, taaie en gevoelige onderwerpen.

Veel gelezen artikelen wijzen op behoefte

Het blijft me ook opvallen welke artikelen continu opduiken in de top 25 van meestgelezen artikelen:

Tijd voor diepgaand onderzoek

Continue reading »

Tagged with:
Feb 16

OptochtVanPenBegin300x300[update per 16 feb 2010 van artikel uit sept 2009 n.a.v. het overlijden van Jan Pen] Ik werk op het moment aan een opdracht voor een economisch instituut dat zich tot doelgroepen in het onderwijs wil richten. Daarom kijk ik op het moment weer met extra belangstelling naar voorbeelden van goede uitleg van economische kwesties. Omdat iedereen het er over eens is dat jongeren steeds meer visueel zijn ingesteld gaat het dus vaak over een visuele weergave van economische problematiek. Daarom pakte ik dit weekend het boek ‘Kijk, economie’ uit de kast van Jan Pen. Het was boek van de maand in 1979. In dit boek staat ‘de parade van Pen’. Dit mag wat mij betreft een klassieker worden genoemd van uitleg van een stukje economie dat iedereen raakt maar in de regel vrij abstract blijft in grafieken en tabellen.

Pen schrijft: “We kunnen een dramatisch beeld van de ongelijke verdeling oproepen door ons een optocht voor te stellen, waarin alle mensen meelopen die een inkomen krijgen. We geven ze de lengte die met dat inkomen overeenkomt. [....] Zoals bij een gymnastiekvereniging lopen de kleinste voorop. De gemiddelde lengte is één meter zeventig. Een onderwijzer of een ambtenaar met de rang van commies vedient ongeveer het gemiddelde inkomen en mag dus de gewone lengte houden. Wie minder verdient wordt in elkaar geduwd. [...] Wie meer krijgt dan het gemiddelde wordt uitgerekt.

Pen kiest vervolgens het perspectief van de toeschouwer, dat is iemand met een gemiddeld inkomen zoals een onderwijzer in zijn voorbeeld uit 1979.

Om er nog een dimensie aan te geven wordt de lengte van de parade beperkt tot dat wat in één uur voorbij kan lopen. Dus de zeven miljoen inwoners die een inkomen krijgen (dit is een aantal uit 1979) rennen in een uur voorbij.

Continue reading »

Tagged with:
Dec 19

MangaEducatiefWarcraftDragonHuntIn de Verenigde Staten geeft een educatieve uitgever manga boeken uit die erop gericht zijn de woordenschat te vergroten. Het gaat niet om het aanleren van zomaar wat moeilijke woorden maar om woorden die veel worden getoetst in de twee belangrijke toelatingstests voor middelbaar onderwijs.

Wij maken ons in Nederland druk om de score voor de CITO toets. In Amerika kennen ze de zogenaamde SAT en de ACT tests die worden gebruikt voor toelating tot ‘high school’ en ‘college’. Net als CITO worden met deze gestandaardiseerde examens reken- en taalvaardigheden en een aantal andere wat ik maar noem denkvaardigheden, allemaal elementen van wat we zien als soorten intelligentie die voorspellen of we een slaagkans hebben in onderwijs en loopbaan.

De grote Amerikaanse educatieve uitgever Kaplan helpt studenten voor te bereiden op de SAT en ACT toetsen. Sinds een tijdje doen ze dit ook door het uitgeven van manga stripboeken. Manga is een Japans type beeldverhaal of strip. Kaplan verzorgt de speciale manga boeken samen met manga uitgever Tokyopop.

In Japan is manga erg populair, volgens een artikel in Wired is 22% van het gedrukte materiaal in Japan Manga. Ook buiten Japan, dus ook bij ons in het Westen, zijn Manga en strips die er op lijken in opkomst.

Speciale uitgaven van de westerse mangaseries Psy-comm, Warcraft: Dragon Hunt en Van Von Hunter bevatten bewust een groot aantal (300) woorden die veel worden gebruikt in SAT en ACT toetsen. De betreffende woorden worden in de strip voorzien van een toelichting (het weblog Asian Power Hour laat zien hoe het werkt). Zo kun je je dus nu voorbereiden op je toelatingsexamens voor high school of college door het lezen van Manga.

Meer educatieve manga uit het westen

Ik las over dit voorbeeld van strips in educatie in een uitgebreid artikel over manga in een oude Wired. Het artikel Japan, Ink verscheen in de november editie van Wired jaargang 2007. In het artikel worden nog andere aardige voorbeelden genoemd van de inzet van manga. De Wereldbank geeft met uitgever Viz Media de serie 1 World Manga uit. Deze serie behandelt heel wat lastige onderwerpen zoals HIV/AIDS, armoede, het milieu en corruptie. De boeken worden geschonken aan honderden bibliotheken wereldwijd.

De Engelse uitgever SelfMadeHero (onderdeel van Metro Media Ltd.) geeft manga-interpretaties uit van werk van Shakespeare en inmiddels zijn er al meer uitgevers die het voorbeeld volgden zoals John Wiley & Sons. Er verschenen al Mangaversies van onder andere Romeo and Juliet, Hamlet, Macbeth, A Midsummer Night’s Dream, The Tempest, Othello, King Lear en Much Ado About Nothing. Ik heb er zelf nog niets van gezien maar heb inmiddels een exemplaar besteld, ze zijn o.a. te koop bij Amazon UK en een kleiner assortiment ook bij BOL in Nederland, bijvoorbeeld Hamlet door Emma Vieceli en Richard Appignanesi van SelfMadeHero.

Dec 17

HulpmixIn het voorjaar verschijnt bij Bohn Stafleu van Loghum het eerste uitgebreide overzichtsboek over hulpverlening via internet. Het Handboek Online Hulpverlening wordt samengesteld door Frank Schalken van  e-hulp.nl. Behalve Schalken zelf wordt aan het boek bijgedragen door Wouter Wolters, Winfried Tilanus, Marike van Gemert, Carolien van Hoogenhuyze, Marielle Brenninkmeijer, Marloes Postel, Ellen Meijer en ondergetekende (Eelco Kraefft). Mijn eigen bijdragen gaan over webredactie en over het bereiken van doelgroepen met online hulpverlening, vooral door het opbouwen van online autoriteit, het vindbaar maken van de content en het leren van de bezoekers.

Voor het boek werd ook input gevraagd aan een grote kring van deskundigen uit het netwerk van E-hulp, onder andere aan het aanleveren van criteria voor een goede online hulpsite.

Een overzichtswerk over online hulpverlening is als gezegd nieuw. Ik las zelf onlangs wel het boek ‘Het succes van online coaching – Waarom het zo goed werkt’ door Mirjam Windrich. Dat vond ik een goed leesbaar boek en informatief boek, waarin online hulpverlening ook ter sprake komt.

E-hulp oprichter Schalken was al heel vroeg bezig met online hulpverlening door zijn betrokkenheid bij de Kindertelefoon. Het jaar 2009 was voor e-hulp een goed jaar. Niet alleen werd de basis gelegd voor genoemd standaardwerk over online hulpverlening, ook ontving de website Hulpmix.nl de Nationale Jeugdzorgprijs 2009 en werden middelen verworven voor grote nieuwe projecten in 2010.

Gegevens van genoemde boeken:

  • Handboek online hulpverlening
  • Frank Schalken met bijdragen van Wouter Wolters, Winfried Tilanus, Marike van Gemert, Carolien van Hoogenhuyze, Marielle Brenninkmeijer, Marloes Postel, Ellen Meijer, Eelco Kraefft
  • ISBN: 978-90-313-7517-2
  • Verschijningsdatum: 19 maart 2010
  • Uitgever Bohn, Stafleu van Loghum
  • Het succes v@n online coaching
  • Mirjam Windrich
  • ISBN 978-90-274-9738-3
  • Uitgever Spectrum
Oct 30

Heckscher-OhlinGameNobelPrizeOrgDe Heckscher-Ohlin theorie verklaart hoe handel tussen landen met verschillende hoeveelheden productiemiddelen (meer arbeid of meer kapitaal) de welvaart van landen kan beïnvloeden. Op de website van de Nobelprijs kun je een eenvoudig spel spelen waarbij je de basis van de theorie snel aan den lijve kunt ondervinden, althans virtueel dan. Bertil Ohlin, een van de bedenkers van de theorie, ontving in 1977 een Nobelprijs voor economie voor zijn bijdrage aan theorievorming over internationale handel en kapitaalbewegingen.

In het eenvoudig opgezette educatieve ‘Trade Ruler’ game ben je de baas over een eiland. Je kiest zelf over welke de vier beschikbare eilanden je wilt heersen en gaat dan in drie rondes beslissingen nemen over wat meer en wat minder te produceren op het eiland en welk deel van de geproduceerde goederen je wilt verhandelen met een van de andere eilanden. Je ziet per ronde of de welvaart van het eiland door je beslissingen is toe- of afgenomen. Aan het eind van het flash-spel krijg je meer feedback over je resultaten. De gevolgen van jouw beslissingen als fictieve heerser worden vergeleken met de maximale resultaten volgens de economische theorie van Heckscher en Olin en met de ontwikkelingen in welvaart als er geen handel tussen de eilanden zou zijn gedreven.

NobelPrizeOrgAan het begin van het spel kies je niet alleen je eiland, je kunt ook bepalen hoe je er als heerser uit wilt zien. Dit element van het eenvoudige medium kan in theorie beïnvloeden hoe betrokken je je voelt bij het verloop van het spel, hoe goed je je kunt identificeren met de beslisser. In de theorie over de educatieve mogelijkheden van games (maar ook in de theorie over strips en onderwijs) is dit een van de mogelijk sterke punten. Als je je goed kunt identificeren met karakters in een spel en als je het verloop kunt beïnvloeden kan dat ervoor zorgen dat je meer leert en meer onthoudt.

Popeconomie

Het inzetten van een popmedium als een game is ook voor het overdragen van serieuze economische kennis niet nieuw. Op de website van de Stichting Beeldverhaal staat in het onderdeel ‘economie’ van het kenniscentrum over strips en onderwijs een aantal voorbeelden van inzet van strips en andere visuele en populaire media voor educatieve doeleinden. De jongerenwebsite van het Ministerie van Financiën kent onderdelen strips en spelletjes voor basisonderwijs, VMBO, Havo & VWO onderbouw en voor Havo & VWO bovenbouw wordt – net als voor het hele voortgezet onderwijs – ook het begrotingsspel aangeraden, waarin je in de huid kruipt van de Minister van Financiën.

Oct 07

CharlesDarwinOverHetOntstaanVanSoortenStripbewerkingMichaelKellerNicolleFullerJoost Pollmann schreef voor De Volkskrant een achtergrondartikel over educatieve strips: “Een these kan net zo goed in een tekstballon”. Pollmann, ook de directeur  van vele edities van de Stripdagen Haarlem, kan als geen ander beelden lezen. Als ik zijn werk lees of hem hoor vertellen over beeldende kunst of beeld in het algemeen kan ik me erover verbazen hoe hij betekenis weet te geven aan beelden en beeldverhalen.

Pollmann in het artikel n.a.v. de stripversie van De oorsprong van soorten:

Aan het eind van het boek [de stripversie van De oorsprong van soorten Red] is Darwin afgebeeld met zijn beroemde witte baard, en ironisch genoeg lijkt hij daarmee sprekend op zijn grote concurrent: de Schepper. ‘Het is werkelijk prachtig hoe alles bij elkaar komt’, zegt de geleerde met een vergenoegde blik.

Het artikel over educatieve strips in de Volkskrant – nu nog in het betaalde archief maar op langere termijn gratis toegankelijk – gaat in op recente ’serieuze strips’ waarin het werk van Bertrand Russell en van Charles Darwin in tekst en beeld wordt verteld.

Als iemand betekenis weet te geven aan een beeldverhaal en zo verder komt en dieper graaft valt dat op in een wereld waarin de taal en de woorden nog op vele terreinen regeren. IQ en vergelijkbare concepten om intelligentie te meten – of de slaagkans voor succes in te schatten - zijn sterk taalgeoriënteerd. Ruimtelijk inzicht maakt er wel deel van uit maar veel meer in de exacte zin. Google en de zoekmachinewereld en daarmee een belangrijk deel van het internet, zoeken en beslissen, zijn erg op taal gebaseerd. Het onderwijs en de literatuur zijn nog steeds meer op taal en woorden gericht dan op beelden. De manier waarop Pollmann naar beeldverhalen kijkt en erover spreekt  illustreert in mijn ogen dat beeldverhalen behoren tot het domein van de literatuur. In genoemd artikel in De Volkskrant zet Joost Pollmann ook uiteen hoe de strip zich kan verhouden tot de wetenschap. Waarmee niet gezegd is dat de strip ook een leerboek zou moeten kunnen vervangen. Pollmann over die vraag – of de strip het leerboek kan vervangen – aan het eind van zijn artikel:

“Nou nee. Zoals zo vaak het geval is met educatieve strips, schuilt het ‘nut’ ervan vooral in de verpakking: die ziet er zo fraai uit, dat niet-ingewijden onderwerpen durven te benaderen waar ze normaal gesproken met een wijde boog omheen lopen. Oneerbiedig gezegd: de strip als glijmiddel….”

preload preload preload